De weg die ik anderen help bewandelen, heb ik zelf eerst moeten lopen. 

Hoe dit mijn werk werd

Door de zorg voor mijn kind stond ik altijd aan. Ik leefde wel, maar niet echt. Ik zat in een soort tussenruimte. Ik leefde in mijn hoofd, had geen connectie met mijn lijf. Ik zocht hulp, hoe moet ik dit leven leven? Ik kwam erachter dat er niet zoveel bestaat voor mensen die rouwen om iets wat er wel is.

Dat wilde ik veranderen.

Ik verdiepte me in rouw en levend verlies. In wat er gebeurt als je lichaam vasthoudt wat je hoofd niet kan verwerken. In ademwerk, in lichaamsgerichte methodes, in wat mensen werkelijk helpt om zichzelf terug te vinden. Ik volgde opleidingen in NEI, de B-Mind adem methode, ritueelbegeleiding en rouw- en verlieskunde.

En ergens in die zoektocht ontdekte ik het werk van Bahar Shahi. Zij ontwikkelde een prachtig ritueel waarin een keramieken hart centraal staat. Wat je vast kan houden, breekt, benoemt wat je draagt en weer lijmt met goudlijm. Ik voelde het meteen. Dit was precies wat ik had gezocht. Niet praten over het verlies, maar het voelbaar maken. Zichtbaar. Ik liet me opleiden om het te begeleiden.

Sindsdien doe ik voor anderen wat ik zelf zo lang had gemist: een plek creëren waar het verlies gevoeld, gemarkeerd en geheeld wordt.

Wat levend verlies is

Levend verlies is het verlies zonder afscheid. Het verlies dat geen duidelijk begin heeft, geen einde kent en nooit een moment krijgt waarop iemand zegt: hier mogen we bij stilstaan. 

Het is de rouw om wat had kunnen zijn. Om wie je was. Om het leven dat je voor ogen had. Om de verwachtingen die je koesterde voor jezelf, voor een ander, voor jullie samen.

En precies omdat er geen markering is, geen ritueel, geen kaart, geen erkende ruimte, blijft het actief. Alsof er iets nog niet is afgerond. Iets wat wacht op een plek. 

Levend verlies raakt niet alleen je omstandigheden. Het raakt wie je bent.

Je bent er nog. En toch klopt er iets niet meer. 

Er is een deel van levend verlies dat zelden benoemd wordt. En dat juist daardoor het langst blijft hangen.

Het verlies van jezelf.

Wie je was voor de zorgtaak. Voor de diagnose. Voor het moment waarop jouw leven ongemerkt, geleidelijk een andere richting insloeg. Die vrouw heeft langzaam plaatsgemaakt voor iemand die regelt, volhoudt, er is voor anderen.

En soms vraag je je af: wie ben ik eigenlijk, los van al die rollen?

Het verlies van je identiteit wordt zelden erkend. Maar het is er. En het benoemen ervan dat is al het begin van terugkomen bij jezelf.

Je kunt liefde voelen en verdriet.

Hoop en teleurstelling.

Dankbaarheid en toch gemis.